Van milieustraat naar winkelstraat

Gepubliceerd op 21 juni 2022

Hoe transformeer je afval tot goede verkoopbare spullen? Vraag dat maar aan Wilma Voortman uit Zwolle. Met de WaardeRing zette deze kringloopwinkeldirecteur samen met de gemeente Zwolle een netwerk op dat afval circulair verwerkt. Ze ontvingen er al twee keer subsidie voor van Rijkswaterstaat. En haar ambities voor het netwerk reiken verder.

‘We moeten van het Malle Pietje-imago af’, zegt Wilma Voortman, daarmee doelend op het beeld dat mensen soms van kringloopwinkels hebben. ‘Ik wil dat mensen met voldoende geld hier ook spullen kopen. Omdat ze duurzaam willen zijn, maar ook omdat ze het mooi vinden.’ Even later vult ze aan: ‘Ik stel me dan voor dat die mensen een nieuwe aanwinst trots aan hun bezoek laten zien en daarbij vertellen dat die nieuwe lamp vroeger een bureaustoel was.’

Voortman is directeur Stichting Kringloop Zwolle en kernteamlid/medeoprichter van de WaardeRing: een circulair ambachtscentrum, oftewel een netwerk waar kringloopwinkels, ondernemers, bedrijven, onderwijsinstellingen, gemeentes en - last but not least - de milieustraten in de omgeving (ROVA) intensief samenwerken. Hun gezamenlijke doel: afval waar mogelijk hergebruiken of transformeren tot grondstof. En een nieuwe generatie bewustmaken van circulair handelen’ vult Voortman aan. ‘Scholieren die bij ons aan de slag gaan, doen ervaring op en leren wat er allemaal mogelijk is. En soms kunnen we iemand zelfs een baan aanbieden.

Voortman is super enthousiast over ‘haar’ WaardeRing. En zij niet alleen: de stichting ontving al twee keer subsidie naar aanleiding van een prijsvraag voor het opzetten van een circulair ambachtscentrum. Bij de kringloop zag Voortman enorme hoeveelheden restafval laagwaardig gerecycled worden of linea recta richting verbrandingsovens gaan. ‘Afgezien van de vele kosten die we daarop maakten (afval laten afvoeren kost geld) voelde het niet goed. We zijn toen met een ander oog naar de reststromen gaan kijken. De vraag: is het verkoopbaar? maakte plaats voor: heeft het waarde?’.

Hoe het werkt

Die waardebepaling hangt vaak af van de mogelijkheid om het ergens af te zetten. Want een gehavend kastje is vaak zo gepimpt. Maar hoe bepaal je waarde bij een doorgezakte leren bank? Of afgedankte dekbedden? Voortman: ‘Hier komt het netwerk om de hoek kijken. Samen inspecteren we reststromen en kijken we wie er iets mee kan. Leer van de bank wordt bij een naaiatelier gebruikt voor nieuwe tassen en Ducky Dons gebruikt ‘ons’ dons voor nieuwe dekbedden.’ Door steeds nieuwe partijen aan te trekken, groeide de WaardeRing binnen twee jaar van veertien naar bijna veertig partners. Laatste wapenfeit is de uitbreiding van de innameactiviteiten van de Kringloop op het ROVA-terrein waardoor burgers nu ook herbruikbare spullen kwijt kunnen op de milieustraat in Zwolle.

Massa is kassa

‘Naast waarde moet een product ook massa hebben’, legt Voortman uit. ‘Want met slechts een paar oude dekbedden maken we een partner als Ducky Dons niet blij.’ Om op te schalen delen Voortman en haar werknemers hun kennis nu met andere kringloopbedrijven die zijn aangesloten bij de Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN). En uit de samenwerking met ROVA proberen ze meer massa te krijgen. Voortman: ‘Voor een echt krachtige transitie moeten we een landelijk netwerk op te zetten. We werken nu nog te ad hoc. Heldere processtromen kunnen daar ook aan bijdragen.’

Daarnaast verdient het werkbaar maken van het proces van herkennen en sorteren van artikelen voor hoogwaardig hergebruik aandacht. Voortman: ‘Achter een bureau zijn afspraken met bijvoorbeeld een afnemer van grondstoffen zo gemaakt. Maar in de praktijk heeft de uitwerking soms wat meer tijd nodig.

Eigen broek ophouden

De stip op haar horizon is een innamepunt met demontagehal op de milieustraat in combinatie met een aantrekkelijk verkooppunt in de winkelstraat. ‘Op die manier kan regulier winkelend publiek de waarde en schoonheid van hergebruikte artikelen zien.’ Maar voor het zover is, moet het netwerk eerst kijken hoe het in de toekomst de eigen broek gaat ophouden. Want zodra het geld van Rijkswaterstaat op is, is bijstand van bijvoorbeeld de gemeentes gewenst. Voortman: ‘Die vinden ons project gelukkig heel inspirerend en waardevol. En zij zien ook dat door onze inzet steeds minder spullen bij de verbrandingsoven terechtkomen. Ze kijken nu of ze ons als permanente beweging in de toekomst kunnen faciliteren. Dat zou een enorme stap in de goede richting zijn.’


Wilma Voortman, directeur: ‘Ik stel me dan voor dat die mensen een nieuwe aanwinst trots aan hun bezoek laten zien en daarbij vertellen dat die nieuwe lamp vroeger een bureaustoel was.’