Van afvalstroom naar mensenstroom
In een circulaire economie kijken we anders naar afval: we zoeken naar tweede kansen voor producten en materialen. Een ingeleverde bank gaat niet meer rechtstreeks naar de verbrandingsoven, maar krijgt een schoonmaakbeurt, waar nodig reparaties en een nieuwe eigenaar. Naast deze tweede kansen voor materialen, kunnen mensen ook een tweede kans krijgen in de circulaire economie door hier een werkplek te vinden. Merel van Sliedregt, Branchevereniging Kringloop Nederland (BKN), onderzocht welke kansen de circulaire economie brengt voor werkzoekenden. “De circulaire economie heeft de potentie om een betekenisvolle werk- en ontwikkelomgeving te zijn.”
Dit artikel komt uit de GRAM.
Kansensectoren
Voor het rapport, geschreven in opdracht van het programma Circulair Ambachtscentrum, heeft Van Sliedregt interviews gehouden met twaalf partijen. Dit waren kringlooporganisaties, maar ook stakeholders uit het sociaal domein. Met als doel: nadenken over de gezamenlijke strategie en positionering van de circulaire economie als kansensector. Wat is dat, een kansensector? Het UWV houdt een overzicht bij van welke beroepen kansrijk zijn. Dat kunnen beroepen zijn waar op dit moment extra vraag naar is, zoals kappers. Daarnaast brengt het UWV langdurig kansrijke sectoren in kaart. Dat zijn nu de ICT, het onderwijs, de zorg, de techniek en transport en logistiek.
Volgens Van Sliedregt verdient de circulaire sector ook een plek in dit rijtje: “Uit het onderzoek bleek dat de circulaire economie veel ontwikkelpotentieel biedt voor mensen met een ondersteuningsvraag.” Het onderzoek richt zich specifiek op werkkansen voor mensen uit het sociaal domein. Dat zijn mensen met een ondersteuningsvraag (zie kader). Wat die ondersteuningsvraag inhoudt, kan per persoon verschillen. Van Sliedregt: “Sommige mensen hebben hulp nodig met taal, anderen hebben weinig werkervaring.”
Banen van de toekomst
Het Nationaal Programma Circulaire Economie geeft aan: circulair gebruik van materialen is vaak arbeidsintensiever en vereist andere competenties. Dit biedt dus meer en andere werkplekken. Daarnaast brengt de circulaire economie een grotere waardering voor ambachten, zoals repareren. “Dit zijn de banen van de toekomst”, vindt Van Sliedregt. “Banen in een circulaire economie vragen om een specifieke combinatie van vaardigheden. Het gaat dan om vaktechnisch inzicht, materiaalkennis, probleemoplossend vermogen en klantgerichtheid. Maar ook het kunnen werken in inclusieve en hybride omgevingen.”
Werkplekken bij circulaire ambachtscentra
Een ontwikkeling vanuit de afvalsector die hand in hand gaat met het sociaal domein is de opkomst van circulaire ambachtscentra. Dit zijn locaties of netwerken waarin in ieder geval de kringloop, milieustraat, reparatie en onderwijs samenwerken om meer hergebruik te stimuleren. Dat gebeurt altijd samen met het sociaal domein. Er zijn op dit moment meer dan zeventig locaties in Nederland. Het circulaire ambachtscentrum biedt verschillende werkplekken. Bij de kring looporganisatie gaat het om het sorteren van binnengekomen goederen, het testen van apparaten, de verkoop van producten en winkelbeheer. Op de milieustraat is het bij het inzamelen van herbruikbare goede ren van belang dat bezoekers goede begeleiding krijgen en dat medewerkers de waarde van producten correct inschat ten. Daarnaast kunnen medewerkers in de werkplaats producten, zoals fietsen of apparaten, repareren. Verschillende locaties hebben ook een plek voor demontage, waar medewerkers bijvoorbeeld onverkoopbare banken uit elkaar halen tot monostromen voor recycling. Ook zijn er taken op het gebied van logistiek. Uit het onderzoek van Van Sliedregt bleek ook dat deze werkzaamheden geschikt zijn voor het afnemen van praktijkassessments door het UWV. “Het zijn allemaal werkzaamheden waarbij je het arbeidsvermogen goed kan testen. Ook is het werk geschikt als werkfit- of re-integratietraject.” Het werk binnen circulaire ambachtscentra is ook zinvol en zichtbaar, met maatschappelijke impact. Van Sliedregt: “Daarnaast krijgen mensen veel ruimte voor ontwikkeling. Ze kunnen hun vaardigheden geleide lijk opbouwen in een veilige werkomgeving.” Zo kunnen mensen met de juiste begeleiding doorgroeien tot producthersteller, werkbegeleider, sorteercoördinator of leermeester in ambachtelijke technieken.
Tekorten aan mensen
Toch is het circulaire ambachtscentrum niet bij iedereen bekend als potentiële werkgever. Verschillende locaties geven aan moeite te hebben voldoende mensen te vinden om de taken in het centrum uit te voeren. Ook is er een tekort aan leermeesters om de medewerkers te begeleiden. Om deze band tussen circulair en sociaal te versterken is Cedris dit jaar toegetreden tot het kernteam Circulaire Ambachtscentra. Cedris is de branchevereniging voor sociaal ontwikkelbedrijven, met zo’n 100 leden. Een deel van die leden is ook betrok ken bij een circulair ambachtscentrum. “Circulaire ambachtscentra bieden heel veel ontwikkelkansen voor mensen met een ondersteuningsvraag”, vertelt Jessica Braunius. Ze is programmamanager innovatie bij Cedris. “We helpen onze leden om aan te sluiten bij het netwerk, delen kennis en ontwikkelen proposities die aansluiten bij gemeenten en bedrijven.”
Sectorale ontwikkelpaden
In het onderzoek benoemt Van Sliedregt verschillende kansen en uitdagingen om de circulaire economie als kansensector te zien. “Er zitten veel mogelijkheden in het uitbreiden van samenwerkingen. Dit gebeurt al binnen circulaire ambachtscentra, maar kan ook door bijvoorbeeld textiel in te zamelen en te sorteren voor producentenorganisaties.” Van belang is ook om de goede voorbeelden te blijven delen, om duidelijk te maken hoe zo’n samenwerking eruitziet. Daarnaast ligt er een kans in de sectorale ontwikkelpaden van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Deze laten zien hoe mensen met een ondersteuningsvraag zich in een sector kunnen ontwikkelen of kunnen starten met een nieuwe functie. Van Sliedregt: “Als je hierop aansluit als circulaire sector, laat je zien dat er binnen de circulaire economie kansrijke werk- en ontwikkelplekken zijn voor de banen van de toekomst.” Braunius is het daarmee eens. “Schoonmakend Nederland heeft ook succesvol een sectoraal ontwikkelpad opgesteld. Hierdoor ben je als sector ondernemend en zichtbaar.”
Twee losse sectoren
Ondanks de goede voorbeelden, zijn we er nog niet, vertelt Van Sliedregt. “Financiering voor dit soort trajecten is vaak niet vol doende, er is bijvoorbeeld weinig geld voor de begeleiding van mensen met een ondersteuningsvraag.” Daarnaast zijn de lopende samenwerkingen vaak nog niet structureel. Lastig is ook dat de circulaire economie en het sociaal domein als losse sectoren worden gezien. Dit bleek ook uit het onderzoek. “De geïnterviewde van het ministerie van SZW gaf aan dat het belang rijk is dat de verschillende ministeries meer met elkaar in gesprek gaan. Als we de mogelijkheden vanuit intersectorale terreinen naast elkaar leggen, kunnen de ministeries gezamenlijke doelen stellen.”
Sociale én duurzame ambities
Van Sliedregt raadt de circulaire ambachtscentra vooral aan hun locatie zichtbaar te maken als leer- en ontwikkelomgeving. “Laat concrete voorbeelden zien van de mogelijke werksoorten, ontwikkelmogelijkheden en competenties. En doe dat op een toegankelijke manier, met een flyer of presentatie.” Zo kunnen ketenpartners, zoals gemeenten, scholen, het Werkgevers servicepunt en regionale werkcentra, beter doorverwijzen. De begeleidingscapaciteit is ook essentieel. “Investeer in leermeesters en werkbegeleiders, die zowel vakinhoudelijke als didactische vaardigheden hebben”, adviseert Van Sliedregt. “Hierbij kan je de samenwerking aangaan met onderwijsinstellingen en praktijkopleidingen. Dit gebeurt ook al: kringlooporganisatie Het Goed geeft, samen met mbo-instellingen, het leren op de werkvloer vorm.” Daarnaast biedt het sociaal domein veel (financiële) mogelijkheden, zoals subsidies of kosteloze adviezen. Van Sliedregt raadt op landelijk niveau aan om de circulaire sector te positioneren als kansensector bij partijen zoals het UWV en het ministerie van SZW. “Zo kunnen we van de circulaire economie een plek maken waar sociale en duurzame ambities samenkomen en waar mensen daadwerkelijk het verschil maken.” Vanuit Cedris roept Braunius vooral op tot samen werking. “Samen laten we zien hoe circulaire opgaven en inclusieve werkgelegenheid elkaar versterken. Zo creëren we nieuwe kansen in een sector die volop in beweging is.”
Beeld: Michiel Wijnbergh en Cedris
“Dit zijn de banen van de toekomst”
Wie zijn mensen met een ondersteuningsvraag vanuit het sociaal domein? Dat zijn onder andere, maar niet uitsluitend:
- Statushouders
- Mensen zonder startkwalificatie
- Jongeren in kwetsbare posities
- Mensen met psychische of fysieke beperkingen
- Mensen die een burn-out hebben gehad
- Mensen met een uitkering
Wil je het hele rapport lezen over de Circulaire Economie als Kansensector? Gebruik onderstaande QR-code.
