Ook provincies kunnen veel voor circulaire ambachtscentra betekenen


Circulaire ambachtscentra (CA’s) dragen vaak het stempel van een ‘gemeenteding’. Onterecht, vindt Dennis Hermans, projectleider Circulaire Economie bij de provincie Noord-Brabant. Volgens hem komt het inzamelen, repareren en hergebruiken van afgedankte spullen nog sneller en beter van de grond met ondersteuning van provincies.

De provincie Noord-Brabant was al jaren actief op diverse transitiethema’s onder de circulaire economie, toen besloten werd om ook met consumptiegoederen aan de slag te gaan. Hermans pakte dat met beide handen aan en bedacht hoe de provincie circulaire ambachtscentra (CA’s) kon ondersteunen.

Financiering, kennisdeling en vraagbaak

Hermans beschrijft verschillende vormen van ondersteuning voor CA’s. “Financiering bieden kan effectief zijn, zolang je er selectief mee bent. Wij financieren bijvoorbeeld alleen projecten die daadwerkelijk vernieuwend zijn. Zo weten we zeker dat ze niet alleen lokaal iets toevoegen, maar ook als voorbeeld voor heel Noord-Brabant dienen. In het kader van kennisdeling organiseren we regelmatig themabijeenkomsten samen met Rijkswaterstaat, bedoeld om kennis over CA’s naar onze provincie te brengen – en andersom. Allerlei kwesties komen daar voorbij. Denk aan de vraag of een bepaald inzamel- en reparatieconcept binnen de afvalregelgeving valt. Ondernemers en gemeenten kunnen mij ook persoonlijk als sparringpartner benaderen.”

Positief stemmende trends

CA’s raken steeds meer bekend in Noord-Brabant, weet Hermans: “We zien dat het steeds beter mogelijk is om bij een milieustraat je afgedankte laptop, tosti-ijzer of koffiezetapparaat in te leveren voor een tweede leven. Steeds meer mensen kennen en benutten die opties ook. Een positief stemmende trend vind ik ook dat er steeds meer plekken komen voor het testen, repareren en/of demonteren van afgedankte goederen. Initiatiefnemers durven dat blijkbaar aan, ook al is het nog spannend qua businesscase. Ze zien dat er een groeiende vraag naar is in de maatschappij en anticiperen daarop.”

‘Spullenzak’ voor afgedankte goederen

Gevraagd naar concrete successen vertelt Hermans hoe de gemeente Meierijstad sinds 2024 op fundamenteel andere wijze afval inzamelt. “De drempel voor inwoners om spullen een tweede leven te geven is vaak te hoog, omdat ze daarvoor op eigen initiatief naar de milieustraat of een kringloopwinkel moeten. In Meierijstad mogen inwoners hun afgedankte spullen nu ook aanbieden in een speciale zak die om de twee weken huis-aan-huis wordt opgehaald door de gemeente. Diezelfde gemeente laat de spullen vervolgens screenen op bruikbaarheid, dat financiert de provincie. Waar mogelijk gaan ze vervolgens (na eventuele reparatie) naar de kringloop, waar nodig worden ze gedemonteerd voor gescheiden afvalstromen. De pilot loopt door in 2026, we kijken nu al uit naar de resultaten.”

Grootschalige witgoedreparatie

Ook elders in Noord-Brabant gebeuren volgens Hermans mooie dingen. “In het ambachtscentrum van stichting De Kringloper in Roosendaal wordt al enkele jaren witgoed gerepareerd in samenwerking met de Bosch-Siemens Groep (BSH), een groot witgoedbedrijf. Dat loopt heel goed, maar het opschalen haperde. Samen met praktijkschool Curio uit Breda vroeg de stichting daarom bij ons subsidie aan voor het opleiden van witgoedmonteurs bij een mbo-opleiding in Breda. Zij leren het vak op de locatie van het CA terwijl ze de apparaten repareren, waarmee we twee vliegen in één klap slaan. Bovendien kunnen studenten na het behalen van hun diploma gegarandeerd aan de slag bij een witgoedreparateur. Het concept dient dus niet alleen de maatschappelijke opgave rond circulariteit, maar ook de groeiende roep om meer technisch en praktijkgericht onderwijs vanuit het bedrijfsleven.”

Uitdagingen

Naast mooie ontwikkelingen ziet Hermans ook nog heel wat uitdagingen rond CA’s in Noord-Brabant. “Hoeveel ondersteuning wij als provincie ook bieden, de innovaties zelf moeten toch echt van initiatiefnemers komen. Dat proces kunnen wij niet forceren. Ruimtegebrek is daarnaast een algemeen probleem bij het uitbreiden van bestaande milieustraten. Uit een enquête over dit vraagstuk bleek dat twee derde van de gemeenten in Noord-Brabant hier problemen mee voorziet – zowel op de korte als lange termijn. Ook politiek-bestuurlijk draagvlak vinden voor CA’s blijkt nogal eens ingewikkeld. Medewerkers van gemeenten krijgen vaak lastig een akkoord voor concrete plannen en investeringen. Bij het centreren van inzamellocaties in een gemeente krijg je bijvoorbeeld al snel discussies over de juiste plek. Zulk oponthoud kan de boel enorm vertragen.”

Meer op stapel

Hermans en zijn team geven ondertussen volop gas met hun activiteiten. “Naast de initiatieven in Meierijstad en Roosendaal hebben we nog geld beschikbaar voor een derde innovatieproject in 2026. Misschien zelfs ook nog voor een vierde”, aldus Hermans. “Partijen met een vernieuwend idee én een goed uitgewerkt plan op het vlak van CA’s mogen zich dan ook zeker bij mij melden. We hebben net weer een themabijeenkomst gehad en aankomend jaar starten we met de voorbereidingen voor de volgende editie, die eind 2026 gepland staat. We gaan nog anderhalf jaar door op deze voet. Medio 2027 evalueren we samen met het bestuur de impact van onze activiteiten. Daaruit volgt dan het besluit of we verder gaan met onze ondersteuning. En zo ja, op welke manier(en).”

Voorbij je formele rol

Als het aan Hermans ligt, zou elke provincie ondersteuning aan CA’s moeten overwegen. “Je regionale blikveld maakt meer verschil dan je misschien denkt. Neem lokale initiatieven rond reparatie en hergebruik: prachtig natuurlijk, maar elk op zichzelf zijn ze meestal te klein voor een succesvolle business case. Door te helpen om zulke goederenstromen te bundelen, kom je alsnog tot een rendabele schaalgrootte. En wat te denken van aangrenzende gemeenten met elk een demontagehal voor meubels? Regionale afstemming kan zulke ongewenste concurrentie tussen CA’s voorkomen.” Hermans hoort vaak genoeg dat CA’s primair een taak van gemeentes zijn. “Strikt genomen klopt dat misschien ook wel, maar ik vind het geen reden om als provincie helemaal niets te doen. Kijk voorbij je formele rol waar je nodig bent en hoe je impact kunt maken – ook al is het indirect.”


Dennis Hermans